31 dagen opdracht | vrij werk

Vaak hebben we in ons werk een idee en gaan daar dan meteen mee aan de slag. Of we zijn ergens door geraakt en komen daar direct op in actie, verzinnen een oplossing. Wat we daarin meestal overslaan is het onderzoek in het ‘tussengebied’ en verliezen daarmee de rijkdom van wat er te ontdekken is tussen het eerste idee – dat nog open is – en het actieplan – dat alweer gesloten is.

Op een kunstacademie leren studenten juist om (zo lang mogelijk) in de tussenruimte te verblijven, daar te werken en daar steeds nieuwe ontdekkingen in te doen. Herman Lijftogt ontwikkelde op de HKU een vak dat hij 31 dagen noemde. In dit vak, dat hij 15 jaar lang aanbood, werden studenten uitgedaagd om 31 dagen achter elkaar, elke dag, een kleine, zelf-ontworpen opdracht uit te voeren. Juist door het herhalen van steeds dezelfde opdracht ontstaan 31 verschillende vormen, antwoorden of (beeld)uitspraken.

Ik gebruik deze opdracht ook regelmatig bij het verkennen van de taaie organisatievragen. Ook gebruik ik deze opdracht nog steeds bij het werken met mijn eigen persoonlijke (werk)fascinaties. Steeds weer blijkt de 31 dagen opdracht een bijzondere manier te zijn om in de tussenruimte tot onvoorspelbare inzichten en nieuwe vormen te komen.