Sociale wijkteams | vrij werk

Met de transities AWBZ, Jeugdzorg, WMO en de Participatiewet staan we in Nederland voor een totale kanteling en herstructurering van het sociale domein. Binnen deze kanteling zijn we samen op zoek naar meer samenhang tussen zorg, welzijn en participatie, naar substantiële kostenreductie en naar een meer verbonden samenleving. Hiertoe is onder meer een fundamentele sociale vernieuwing op buurt en wijk niveau essentieel.

Een van de manieren om dit te doen is het werken met sociale wijkteams. Maar hoe doe je dat? En hoe zorg je ervoor dat het werken met wijkteams ook de beoogde effecten opleveren? En bovenal, wat is er nodig om mensen niet tussen ‘de wal en het schip’ te laten vallen?

De transities dragen een aantal fundamentele spanningen en risico’s in zich. Deze spanningen en risico’s spelen op alle niveaus; binnen organisaties, in de relatie met cliënten, in de relatie met vrijwilligers, in de relatie met opdrachtgevers en opdrachtnemers en in de relatie met de maatschappelijke partners. Het effectief omgaan met deze spanningen en risico’s vormt een van de succesfactoren voor het goed functioneren van de sociale wijkteams, en vraagt om nieuwe vormen van organiseren.

Samen met Ineke Lenssen ontwikkelden ik een gekanteld organisatieconcept voor Sociale wijkteams.

Een organisatieconcept waarin:

  • de principes ‘eigen kracht’ en ‘ruimte voor de professional’ optimaal tot hun recht komen,
  • niet de hiërarchische lijn, maar regievoering het sturende principe is,
  • het werk van het informele netwerk ruimte en ondersteuning krijgt,
  • evenwicht ontstaat tussen specifieke expertise en generalistisch werk,
  • reflectie de basis vormt van het kwaliteits- en ontwikkelingsproces,
  • horizontale en verticale verantwoording is geïntegreerd,
  • organisatieontwikkeling en medewerkerontwikkeling hand in hand gaan,